In deze kleine ruimte en op tafels maakte de kok het eten voor zo'n 240 man klaar. 's
Ochtends werd van gort, boter en pruimen een voedzame pap gekookt. Om 12 uur schepte de kok erwten of bonen met vlees, stokvis of spek in grote kommen voor zeven man tegelijk. 's Avonds werd gegeten wat er die dag was
overgebleven. Naast dit rantsoen was er scheepsbeschuit en kaas dat met een slok water, bier of jenever werd weggespoeld. Voldoende calorieën, maar weinig vetten en vitaminen maakten de bemanning vatbaar voor allerlei kwalen en de
beruchte scheurbuik.