Een museum dient te beschikken over een document waarin de plannen voor de verdere ontwikkeling van de collectie duidelijk zijn vastgelegd. Dit is een van de belangrijkste voorwaarden om in het Nederlands Museumregister als geregistreerd museum te worden opgenomen. Daarnaast eisen ook grote fondsen bijna altijd dat musea hun subsidieaanvragen voor belangrijke aankopen kunnen motiveren vanuit een op schrift gesteld collectiebeleid.
De collectie wordt professioneel beheerd en ontwikkeld door het Nederlands Scheepvaartmuseum, maar is grotendeels eigendom van de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum en in de regel geldt dit ook voor de nieuwe aanwinsten. Schenkingen, bruiklenen en aankopen vloeien toe aan de Vereeniging en worden ook door haar bekostigd. Daarom heeft ook het Bestuur van de Vereeniging behoefte aan een richtinggevend document voor de collectievorming zodat duidelijk is waarom de museumdirectie voorstellen voor nieuwe aankopen doet. Het Bestuur is dan ook nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van dit beleidsdocument.
Tot slot zal aan de Rijksgesubsidieerde musea, waartoe ook het Nederlands Scheepvaartmuseum behoort, in de nabije toekomst gevraagd worden hun activiteiten met betrekking tot wetenschappelijk onderzoek naar hun collecties te verantwoorden.
Deze door de museumdirectie vastgestelde Collectiestrategie is goedgekeurd door de Raad van Toezicht van de Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum in haar vergadering van 20 april 2009.
Dit document beschrijft de collectiestrategie van het Nederlands Scheepvaartmuseum vanaf 2009. De collectie is sinds de oprichting van de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum in 1916 gestaag opgebouwd door opeenvolgende generaties directeuren en conservatoren. Zij werkten allen vanuit hun eigen invalshoek en vanuit interesses die meestal in relatie stonden met de tijdgeest. Zo stond voor de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld vooral de Gouden Eeuw centraal - in het bijzonder de maritieme techniek die nodig was voor de vroege reizen naar Azië en de oorlogen met Engeland -, maar ontstond na 1945 ook belangstelling voor andere onderwerpen zoals de koopvaardij in het tijdperk van de stoomvaart, de visserij, de scheepsbouw van de twintigste eeuw en de gewone zeeman of binnenschipper. Sinds ingebruikname van 's Lands Zeemagazijn in 1975 (een veel grotere locatie dan de oude behuizing aan de Cornelis Schuytstraat, 1921 - 1975) stond het verzamelen ook veel uitdrukkelijker dan voorheen ten dienste van de nieuwe in te richten presentaties.
De eerste echte collectienota van het Scheepvaartmuseum, de Verzamelnota, verscheen in 1991 en legde het verzamelbeleid van het museum vast. Men dacht toen nog vooral aan verzamelen vanuit de deelcollecties. Plannen voor onderzoek naar de collectie werden in 1992 vastgelegd in een aparte Onderzoeksnota. In 2002 verscheen een Collectienota waarin de Collectie Nederland-gedachte meer centraal stond en het verzamelen werd gezien in de context van de andere maritieme collecties in Nederland.
In deze Collectiestrategie benadert de museumdirectie de ontwikkeling van de collectie meer integraal dan voorheen. Het gaat om de samenhang tussen collectievorming én onderzoek, maar ook om maximale synergie van het collectiebeleid met de publieksprogramma's van het Scheepvaartmuseum. Het aloude concept van verzamelen vanuit deelcollecties is losgelaten als zijnde een museologisch verouderde methode. In plaats hiervan worden vijf hoofdthema's die in de volgende paragraaf worden genoemd en toegelicht leidend. Het Scheepvaartmuseum sluit hiermee aan bij de collectievisie van andere grote maritieme nationale musea zoals het National Maritime Museum in Greenwich (UK) en het National Maritime Museum in Sydney (Australië). Door deze thematische aanpak ondersteunt de Collectiestrategie de missie van het Scheepvaartmuseum, die luidt:
‘Wij willen met onze topcollectie en unieke gebouw onze gasten - jong en oud - op een verrassende, ontroerende en inspirerende wijze de Nederlandse maritieme geschiedenis en cultuur laten ontdekken en beleven'.
Bij de totstandkoming van dit document is een stappenplan doorlopen dat terugkomt in de opbouw van deze nota. Allereerst zijn de hoofdthema's bepaald. De thema's kwamen tot stand door een aantal belangrijke maatschappelijke trends die relevant zijn voor het ten uitvoer brengen van de museummissie én een aantal algemene uitgangspunten voor toekomstige presentaties en programma's, te vergelijken met de samenstelling van de huidige collectie en met de in het museum aanwezige expertise. Elk thema geeft een sterkte/zwakte analyse door de bestaande deelcollecties te toetsen op hun bijdrage aan het hoofdthema's, gevolgd door de concrete verzamelprioriteiten. Bijna dagelijks worden het museum vanuit particulieren en vanuit de handel voorwerpen aangeboden. Die worden uitdrukkelijk niet automatisch geaccepteerd, omdat dit spoedig tot een onbeheersbare situatie zou leiden maar ook omdat dit niet nodig is. Prioriteit krijgen uiteraard de voorwerpen die aansluiten bij de concrete verzamelprioriteiten, maar het museum moet ook een instrument hebben om voorwerpen die hier niet onder vallen toch te beoordelen op hun waarde voor de eigen collectie of de Collectie Nederland. Soms spelen ethische overwegingen hierbij een rol, in Passief verzamelbeleid komt deze aan de orde. In het Afstoten van collectie wordt het afstoten van voorwerpen uit de collectie behandeld, vervolgens komt een aantal algemene en specifieke procedures aan de orde dat vooral de zorgvuldigheid bij de collectievorming moet waarborgen. Tot slot ontvouwt het museum zijn plannen voor het wetenschappelijk onderzoek, zowel inhoudelijk als organisatorisch.
Deze beleidsnota behandelt niet het fysieke collectiebeheer, hiervoor wordt momenteel een apart document geschreven. Ook het algemene informatiebeleid van het museum is in een apart document neergelegd.